Logo mooilaarbeek.nl
   | Fotonummer: 04b2cd
Foto:
Algemeen

MET MAJOOR FRANS OP MISSIE IN KANDAHAR

De hoofdpersoon uit het volgende verhaal, woont sinds 2010 in Beek en Donk. Hij was van juni tot november 2006 als militair op missie in Afghanistan. Dat liet diepe sporen bij hem achter. Voorwaarden vooraf bij dit interview: "Geen achternaam, geen herkenbare foto's, geen adres. Je weet maar nooit…"

Openhartig
Er ontspint zich een openhartig marathongesprek met Frans. Zijn verhaal geeft antwoord op drie vragen: Wat bezielt mensen om met gevaar voor eigen leven vrede te brengen in een vreemd land? Hoe was het leven op de militaire basis van Kandahar? Hoe kijkt Frans terug op zijn missie?

Majoor Frans
"Ik ben geboren en getogen in Den Haag", zo begint Frans zijn verhaal. "Vlakbij de Schilderswijk. Ik was de jongste uit een gezin van acht kinderen. Wij hadden geen militaire traditie van vader op zoon. Ik volgde op de LTS en MTS technische opleidingen, autotechniek en werktuigbouwkunde. Ik zag in mijn jeugd veel onrecht en oneerlijkheid. Ik wilde me gaan inzetten om daar in groter verband, iets aan te doen. Met die insteek kwam ik in 1969 bij Defensie terecht"

Militaire carrière in een notendop
"Via de KMS (Koninklijke Militaire School) in Weert werd ik in 1972 bij de Verbindingsdienst voertuigcommandant. Vele jaren zat ik bij de parate troepen. De Koude Oorlog was op zijn hoogtepunt. Vaak op oefening naar Duitsland. Niet leuk voor mijn thuisfront. Verschillende keren heb ik op lijsten gestaan om uitgezonden te worden. Het ging steeds, om de een of andere reden, niet door. Van de ene kant jammer! Een militair hunkert naar actie. Van de andere kant wilde ik dit mijn vrouw en kind niet aandoen."

Naar Afghanistan
"In 1997 werd ik Kapitein. In 2004 werd ik Officier loopbaanbegeleiding bij de Verbindingsdienst. Een zeer uitdagende baan in Den Haag. Ik bezocht met mijn 'eigen' dienstauto defensiepersoneel op locatie in Europa. Ik sprak met hen over loopbaan(on)mogelijkheden en opleidingen. Ik was inmiddels 50+ maar nog nooit op missie geweest. Eind april 2006 kreeg ik bericht dat ik 13 juni op missie moest. Juist in die tijd ging onze dochter trouwen. De voorbereiding op de missie verliep slecht. Ik wist niets van Afghanistan en niet wat ik daar moest gaan doen. De enige informatie die ik had kwam van de ploeg die wij gingen aflossen."

Onder Canadees commando
"Het detachement Nederlanders bestond uit 24 man. We vlogen via een tussenstop in Turkije naar Kabul om daar te acclimatiseren en te wachten op vervoer naar Kandahar. In Kandahar aangekomen, draaide daar de vechtmissie OEF (Operation Enduring Freedom). We werden geïntegreerd binnen het Canadese hoofdkwartier. Ons was verteld, dat we werden uitgezonden om de opbouwmissie van ISAF (International Security Assistance Force) voor te bereiden. In werkelijkheid werden wij volledig ingezet bij de Canadezen. Als militair kun je daar moeilijk nee tegen zeggen: "Sorry, ik mag niet schieten van onze regering! Wij stonden formeel onder Canadees commando."

Frans gaat verder: "Kandahar was oorspronkelijk een Amerikaans legerkamp. Met een oppervlakte van wel 36 vierkante kilometer en op een hoogte van 1100 meter. Met vliegveld en voorzieningen voor ongeveer 10.000 manschappen. Soms zaten er tijdelijk wel 20.000 militairen. Hier was ook het hoofdkwartier van Regionaal Commando Zuid gevestigd. De legerplaats werd met grote regelmaat bestookt met raketten. Twee keer heb ik een raketinslag meegemaakt op slechts enkele tientallen meters afstand. Raketaanvallen zorgden voor veel (zwaar)gewonden!"

De taak van Frans
"Mijn taak was om continu via een computerscherm gevechtshandelingen te observeren en daaruit personele feiten en consequenties te achterhalen. Waar zijn gevechtshandelingen? Zijn er gewonden of doden? Wie zijn dat en wat zijn de letsels? Via dit computerscherm kon ik in afgeschermde chatrooms personeelsgegevens uitwisselen. Geheimhouding bleef gewaarborgd. Geheime operaties, van Special Forces, door bijvoorbeeld commando's kon ik ook volgen en analyseren. Hierover mocht ik geen details vastleggen. Het waren de geheime operaties waar Marco Kroon op doelde tijdens zijn televisieoptreden."

"Regelmatig vonden er rampceremonies plaats. Alle manschappen stonden dan aangetreden voor een laatste eerbetoon aan gesneuvelde kameraden. Doodskisten, bedekt met de nationale vlag, trokken dan richting vliegtuig. Voorafgegaan door een doedelzakspeler. Ik kende de details van de slachtoffers…! Ik probeerde met deze informatie professioneel om te gaan, maar dat was zwaar. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, zonder echte rust of ontspanning was ik daarmee bezig! Bij temperaturen die in de zon soms opliepen tot 65 graden. Toen ik een keer via Skype visueel contact had met mijn vrouw, herkende ze me bijna niet."

Het leven op kamp Kandahar
"Op het kamp ontbrak het ons aan niets. Het eten was voortreffelijk en aan alles was gedacht voor ontspanning. De Canadezen bouwden er zelfs een ijsvloer om een potje te kunnen ijshockeyen. Steeds was er de dreiging van raketaanvallen. Bij alarm rende iedereen naar de bunkers. Er kwam eens zo'n alarm, toen ik onder de douche stond. In a split second nam ik toen het besluit dat Frans niet in zijn blootje ging aankloppen bij de bunker. In mijn hoofd hoorde ik het homerisch gelach al van de mannen en vrouwen daar. Het liep goed af!"

Lokale bevolking
"Met de lokale bevolking had ik weinig contact. Er werkten op het kamp wel zogenaamde 'locals'. Het waren over het algemeen vriendelijke en behulpzame mensen. Elke week mocht de lokale bevolking een markt houden voor de ingang van ons kamp. Wij gingen daar dan ongewapend naar toe om hun spullen te bekijken en te kopen. Dat was heel gezellig. Tegen het doorsnee Afghaanse volk koester ik geen wrok. Wel tegen Talibanstrijders en hooggeplaatste Afghanen. Hoe corrupt ze waren. Hoe ze vrouwen vernederden. Hoe ze wrede en zinloze aanslagen pleegden. Dat mannen en vrouwen werden verkracht! En dat alles onder het mom van hun godsdienst. We moeten niet de illusie hebben dat we die mentaliteit ooit kunnen veranderen."

Einde van de missie
"Op 3 november 2006 zat onze missie erop. Bij ons vertrek bleek er onenigheid te bestaan over onze herinneringsmedaille. Waren we een vechtmissie OEF? Of een opbouwmissie ISAF? We kregen de ISAF-medaille. Dat was een enorme teleurstelling. Met een Hercules vliegtuig werden we naar de VAE (Verenigde Arabische Emiraten) gebracht. Voor vertrek hadden we nog een kort exitgesprek met een psycholoog. Het gesprek voelde niet meer dan een schop onder onze reet. Zoek het maar uit! Geestelijk en lichamelijk zat ik volledig aan de grond, maar liet dat niet merken. Met een Nederlands transportvliegtuig vlogen we door naar Nederland. Het was de bedoeling dat we enkele dagen op Kreta zouden blijven om weer op adem te komen. Maar ook dat ging niet door."

Terugblik
"Kandahar heeft mijn leven op de kop gezet", zucht majoor Frans. "Eerst was ik een 'ijskonijn'. Nu rollen de tranen over mijn wangen bij sommige tv-programma's. Ik ben overdreven emotioneel geworden. Mijn kleindochter moest afzwemmen voor haar diploma. Niet iets om emotioneel over te worden, toch? Ik had een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Bij onverwachte vuurwerkknallen, heb ik nog steeds de neiging om onder de tafel te duiken. Het geluid van een helikopter in de nacht zorgt ook voor de nodige onrust. Ik ben nog steeds niet gewend aan de vrede!"

"Ook het gedoe met die herinneringsmedailles heeft me niet onberoerd gelaten", vertelt Frans. Bij terugkomst in Nederland lagen de correcte OEF medailles in Havelte voor ons klaar. Om politieke redenen mochten ze op het laatste moment niet uitgereikt worden en werd het ISAF. Op papier waren wij immers geen vechtmissie!

"Is dat dan zo belangrijk de ene of de andere medaille?", vraagt DeMooiLaarbeekKrant.
"Onze missie in Kandahar was wel degelijk een vechtmissie met gevaar voor eigen leven", zegt Frans beslist. "Heel wat anders dan een opbouwmissie, waar je, met alle respect, onder betrekkelijk vredige omstandigheden, scholen bouwt of wegen aanlegt. Zo'n medaille is een tastbaar bewijs van hetgeen je hebt meegemaakt. Die erkenning mis ik nog steeds. Onze Canadese kameraden kregen die erkenning wèl bij thuiskomst. Daar weten ze de inzet van hun veteranen wèl te waarderen. Hier moet ik me soms verdedigen omdat ik op missie ben geweest! De Canadezen nodigden ons zelfs uit om dan maar in Canada de OEF-medaille in ontvangst te nemen. In Canada hoorden wij dat Defensie op het al-ler-laat-ste moment ook daar een stokje voor stak! We stonden daar al aangetreden."

"Typisch Nederlands", zo besluit Majoor Frans zijn indrukwekkende verhaal.

Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=mooilaarbeek.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>