Afbeelding

Opgetekend... Lambèr van Osch

Human Interest

Trots staat Lambèr van Osch (58) in zijn ‘kantoor’. Zoals veel conciërges is hij vaak het eerste aanspreekpunt voor mensen die een basisschool bezoeken. Bij Lambèr is dat niet anders. Op het Beek en Donkse Muldershof is hij een soort manusje van alles. Met een grote glimlach op zijn gezicht geniet hij hiervan met volle teugen.

Het kopieerapparaat staat prominent in de keurig opgeruimde ruimte waar je allerlei basisbehoeften van een conciërge zult aantreffen. Van perforator tot verschillende kleuren papier in diverse diktes, het ligt allemaal geordend klaar. Maar wat vooral opvalt is de persoonlijke draai die Lambèr aan de ruimte gegeven heeft. Een gezellig plantje, twee aquaria en gezellige spreuken en foto’s aan de wand. Natuurlijk van zijn hond Max, maar ook een hele galerij met de goedlachse conciërge in diverse outfits.

“De ouderraad weet me altijd wel te vinden”, lacht Lambèr, die onder andere als clown Bassie en paashaas vereeuwigd is. “In het kerstspel speelde ik de zwarte koning en tijdens een vossenjacht was ik ook weleens vermomd als Arabier. Toen ik voor school nog extra spullen bij de Emté moest gaan halen, ging ik gewoon in mijn lange rokken. Geweldig, die blikken van andere klanten.”

Eigenlijk komt hij uit Gemert, maar al meer dan twintig jaar is Beek zijn thuis. Lambèr ontmoette zijn vrouw Miranda bij café Jan van de Burgt (vader Dave) tijdens darten. “Een echte Raymond van Barneveld ben ik niet”, vertelt Lambèr, maar voegt hij er met een knipoog aan toe, “Ik ben wel beter dan Miranda!”

Lambèr werkte eigenlijk in een magazijn. Zwaar werk dat moeilijker werd toen hij tijdens een voetbalwedstrijd zijn knie blesseerde. “Door verkeerde bewegingen kon ik steeds slechter lopen en uiteindelijk werd ik door iemand van personeelszaken van de werkvloer geplukt. Daar werken lukte niet meer. Ik kon uiteindelijk als vrijwilliger op de Muldershof gaan werken.” In het begin moest Lambèr zich met medicijnen op de been houden, maar in 2007 kreeg hij een nieuwe knie. Hij was toen pas 43 jaar. “Het was een Oxford prothese, toen nieuw in Nederland”, vertelt Lambèr. “Specialisten uit Groot-Brittannië keken tijdens de operatie mee.” Hij voegt er lachend aan toe: “Ik was een soort proefkonijn, maar mijn knie doet het nog prima.”

In 2008 werd Lambèr officieel conciërge. Hij geniet van zijn vak en vindt dat humor heel belangrijk is. “Straffen doe ik nooit, grapjes maken genoeg!” Zowel kinderen als collega’s zijn ‘slachtoffer’ van geintjes. Hij weet goed wie zijn grappen kan waarderen. In de loop der jaren is zijn respect voor leerkrachten alleen maar gegroeid. Knap hoe ze kinderen stimuleren en zaken aanleren.

Werken tussen kinderen vindt Lambèr geweldig. Vooral kleuters geven hem veel plezier. “Die zijn zo eerlijk en roepen altijd naar mij”, lacht hij. “Zelfs mijn hond wordt herkend. Als Miranda met Max loopt zeggen ze dat er een mevrouw met de hond van meneer Lambèr loopt.”

“Als kerstman had ik een kussen onder mijn kleding gestopt”, vertelt Lambèr. “Roept een kleuter: dat is meneer Lambèr! Ik herken hem aan zijn dikke buik!” Eerlijkheid kan soms confronterend zijn.