
Wim Daniëls ereburger Brabant: ‘Het gemoedelijke onderscheidt Brabant’
NieuwsLAARBEEK - Wat hebben Corry Konings, Frank - Ferry Bouman - Lammers en Wim Daniëls gemeen? Sinds deze maand mogen zij zich alle drie ereburger van Brabant noemen. “Toch wel een enorme eer”, zegt de in Aarle-Rixtel geboren Daniëls.
Daniëls werd gebeld door de secretaresse van de commissaris van de Koning, Ina Adema. “Of de commissaris mij mocht bellen, ze wilde iets vragen. ‘Ze wil me toch niet ergens burgemeester maken’”, lacht Daniëls. Nee, Adema nodigde de taalkundige en pleitbezorger van Aarle-Rixtel uit voor de nieuwjaarsreceptie van de provincie om daar het ereburgerschap te ontvangen.
“Toch wel een enorme eer. Toen ik het te horen kreeg ben ik terug gaan denken. Ik heb natuurlijk veel over Brabant geschreven. Ik denk wel vier of vijf boeken gaan speciaal over Brabant. Zoals mijn laatste boek ‘Brabant zoals het vroeger was’. En ‘Houdoe’. Ik ben zes jaar voorzitter geweest van het Dialectenfestival in Lieshout. Ben ambassadeur van de Brabantse dag, Fietsmaatjes Brabant en de Wensambulance”, somt Daniëls een paar dingen op. Bovenal kennen mensen hem als taalvirtuoos en hoeder van het Brabants dialect en de Brabantse cultuur, zoals ook Ina Adema hem bestempelde.
Daniëls is 71, maar trekt nog altijd door Brabant en Nederland om voorstellingen te geven, lezingen te houden en informatie te vinden voor een nieuw boek. Als geen ander weet hij wat het is om Brabander te zijn en hoe ‘anders’ wij zijn ten opzichte van de rest van Nederland. “Het is eigenlijk onduidelijk of Brabant nog echt wel heel erg onderscheidend is in vergelijking met andere provincies. Is Brabant echt anders, of is het anders omdat mensen zeggen dat Brabant anders is?”, vraagt Daniëls zich af.
“Overal waar ik kom en een voorstelling geef, stel ik de vraag wie van de mensen in de zaal is niet geboren in de plaats waar we dan staan. Het merendeel steekt dan zijn vinger op. Mobiliteit is zo gigantisch groot. Dat maakt het moeilijker om te zeggen ‘dit is een typisch Alese bevolking of dit is een typische Brabantse bevolking’. Dat is zo wijdverbreid. Ik woon hier in de stad (Eindhoven, red.) en ben omgeven door mensen die Engels spreken.”
Signalen genoeg om te denken dat het typisch Brabantse gevoel en de identiteit van Brabanders in het gedrang zou zijn. Maar dan steekt de positieve kant van Daniëls op. “Desondanks: Brabant onderscheidt zich echt van de rest van Nederland. De vorige commissaris van de Koning, Wim van de Donk, zei het eens treffend. In Brabant gaan het zakelijke en persoonlijke hand in hand. Het gemoedelijke. Daardoor verlopen veel dingen soepeler en prettiger.”
Daniëls merkt het ook als hij optreedt in Brabant, of juist in een andere provincie. “Als ik in Brabant een voordracht doe, reageren mensen makkelijker. Ik stond een keer in Aarle-Rixtel en toen stond Toon Verberne op. ‘Wim, kende iets langzamer praten, ik moet effe naar de wc’. Of kijk naar het groeten onderweg. Mensen van elders vinden dat gek. Die kijken raar op als ik goedendag zeg. In Brabant zijn mensen makkelijker benaderbaar. Mensen in hoge functies kun je hier makkelijker bellen, of ze bellen jou makkelijker op. Ik ervaar altijd medewerking.”
De conclusie van Daniëls is duidelijk, maar hij geeft toch ook een kleine winstwaarschuwing. “Alles bij elkaar onderscheidt Brabant zich van andere provincies, maar het wordt wel minder. Het gaat namelijk hand in hand met het verdwijnen van het dialect.”
