
Kaalslag, of toch niet?
Kaalslag, of toch niet?
Bij werkzaamheden aan de groene rand van de Vogelenzang wordt deze vraag met de regelmaat gesteld. Eigenlijk hoeft de vraag geeneens gesteld te worden in een gemeente die het hebben van groen hoog in het vaandel heeft staan, je wordt ten slotte niet zo maar de 'Groenste Gemeente'. Dat groen ook onderhoud nodig heeft spreek voor zich, zeker in de bewoonde omgeving waar de ruimte voor groen zijn beperkingen kent en goed beheer daarom erg van belang is. Zonder groen wordt het al snel onleefbaar en moeten we daarom heel erg zuinig zijn op wat we hebben. Niet dat zulks gemakkelijk is want meer huizen, wegen, industrieterreinen en infrastructuur staan ook op het verlanglijstje. Al deze zaken gaan ten koste van (agrarisch)groen, nieuwe polders gaan we nu eenmaal niet meer maken.
Terug naar de Vogelenzang, veel beukenbomen zijn er in het verleden geplant en naarmate ze groter werden is er steeds minder ruimte per boom die vervolgens niet tot volle wasdom kunnen komen. Waarschijnlijk is indertijd bedacht om de aanplant regelmatig uit te dunnen, een goed plan alleen het is te lang niet uitgevoerd. Versterkt door klimaatontwrichting hebben we nu een bosje met te dicht op elkaar staande bomen die voor een groot deel kaal zijn tot een meter of 15 hoog met nauwelijks onderbegroeiing. Meer ruimte tussen zorgt uiteindelijk voor meer groen en dus meer synthese, productie van zuurstof en vastlegging van koolzuurgas. Het resultaat is al zichtbaar in een stukje perceel dat al ruimte kreeg, nu groeien er daar nog vooral bramen een fijne omgeving voor insecten en kleine vogeltjes. Ingrijpen is nodig ook vanwege het vele dode hout, wel in stappen om te voorkomen dat er andere problemen ontstaan.
Henk Heesakkers,
Beek en Donk