Wat een mens beweegt

Sporten was nooit mijn ding. Aan de gymlessen op school had ik een bloedhekel. Balsporten waren het ergste. Letterlijk geen bal aan. Als er teams gekozen moesten worden dan bleef ik geheid als een van de laatsten over. Eén uitzondering; trefbal. Ik was zo’n spriet die ze niet zo makkelijk konden raken. 

Pas toen ik eenmaal het ouderlijk huis had verlaten, lukte het mij om wat actiever te worden. Mede dankzij mijn buurvrouw. Samen ontdekten we yoga en stimuleerden elkaar wekelijks te gaan zwemmen. Maar goed ook. Want dankzij neuropsycholoog Erik Scherder weten we inmiddels dat bewegen nog veel belangrijker is dan we dachten. Het levert namelijk niet alleen lichamelijk voordeel op. Ook een veel gezonder brein. Met alle positieve gevolgen van dien. 

Soms is het een lastige zoektocht. Wat past bij mij? Het hoeft niet zo spannend te zijn. Het mooie weer nodigt alweer uit om te wandelen. Niet alleen de activiteit zelf is belangrijk. Door wie en met wie maakt veel uit. Fitness vond ik altijd vreselijk. Maar nu, in de oefengroep via de fysio, vliegt het uur voorbij. Omdat het zo gezellig is. 

Het wekelijkse zwemuurtje is ook zoiets. Ook zo’n mooie club mensen. Onze juf is wel de slagroom op de taart. Geen jonge, gestroomlijnde fitnesschick. Nee, Mieke is een stoere pensionada die haar opleiding in het leger lijkt te hebben gehad: ‘Ik hou ervan jullie af te matten’. Haar Gemertse roots neemt ze mee in haar lessen. Een mengeling van ABN en dialect: ‘Breng je been naar voren, opzij naar achteren. En dan achterstevurren. Ut mag gerust een bietje ping doen, as ik ut mar nie vuul’. 

Kom liever niet te laat. Dan krijg je de wind van voren: ‘Gullie bent veuls te laet! Volgende wèhk chocoladebollen meebrengen!’. Heb je een goede reden, zoals de bult sneeuw van een maand terug dan is ze begripvol: ’Tis zonnen drebbik, dan scheufde hier oit op de parkeerplats. Gift niks vrouwkes, kom mar gauw ut watter in’. Buurten onderling mag, maar niet te gek: ’Anneke, wa bende gai an het doen, heddoew hoorapparaat niet in? Of: ‘Hey daer, die mond hoeft nie op en nir, allein dien boik!’ 

Op haar unieke manier is zij het juiste voorbeeld voor ons. Eerder was ze een tijdje met pensioen. Ze kwam echter weer terug want: ‘Da war niks voor meen, dit houdt me pas jong’. 

Mooi dat dat ook meteen voor ons geldt...