
Paul wil met Laarbeekse Dorpshuizen sociale impact maken
LAARBEEK - Zo ben je vertegenwoordiger en lid van het managementteam van een bedrijf dat onder meer slagroommachines en sinaasappelpersen aan de horeca verkoopt en dan ineens word je manager van de Laarbeekse Dorpshuizen. Het lijkt wellicht een vreemde overgang. Maar wie Paul Geene uit Aarle-Rixtel kent, weet dat deze stap veel logischer is dan de buitenwacht kan bevroeden. Geene staat midden in de gemeenschap en wil met de Dorpshuizen nog meer bijdragen aan het verbinden van mensen in Laarbeek.
Door Daan Daniëls
Wie Paul niet bij naam kent, kent hem vast wel van gezicht. Hij is geboren en getogen in Beek en Donk en inmiddels alweer tientallen jaren woonachtig in Aarle-Rixtel. “Wij woonden vroeger tegenover de Oude Toren in Beek en Donk. Ik zat daar ook bij de scouting en ben later bij de scouting in Aarle-Rixtel gegaan. Daar heb ik ook mijn vrouw leren kennen en zijn we gaan samenwonen in Aarle-Rixtel.”
Stilzitten is niets voor Paul. Zo was hij prinscarnaval van Ganzegat, is het voorzitter van het Oranjecomité en zet hij zich ook in voor het Sinterklaascomité en Kermiscomité in zijn woonplaats. En dat naast zijn drukke werkzaamheden als vertegenwoordiger. “Ik reed 55.000 kilometer per jaar. Mijn auto was mijn kantoor.” Maar vanaf 4 mei kan hij op de fiets naar zijn werk. Dan begint hij officieel als manager van de Laarbeekse Dorpshuizen.
Een grote overgang, maar voor Paul een hele bewuste. “Het zaadje voor deze stap is in de coronaperiode gepland. De horeca ging dicht. Als vertegenwoordiger kon ik geen klanten bezoeken. Dan ga je nadenken over wat je de komende 15 tot 20 jaar nog wilt doen”, vertelt Paul in het Ontmoetingscentrum in Beek en Donk, een van zijn nieuwe werkplekken. “De laatste anderhalf, twee jaar ben ik fanatieker gaan zoeken, maar ik wist niet precies wat ik voor ogen had. Wat vind ik leuk en wat niet? Bij mijn huidige werk miste ik de sociale impact. Ik geloof in werkgeluk en waar word ik blij van? Mensen ontmoeten en zorgen voor verbinding.”
En toen kwam de vacature voorbij van manager bij de Laarbeekse Dorpshuizen. “Ik las de vacature en dacht ja, dit is het. Een baan met sociale impact. De Dorpshuizen moeten midden in de gemeenschap gaan staan. We moeten nieuwe initiatieven ontwikkelen waarbij mensen elkaar ontmoeten. Voor de sociale cohesie in de toekomst is dat belangrijk. Mensen willen gerust andere mensen wel helpen, maar waar ontmoeten ze elkaar? In de Dorpshuizen.” Als manager van de Dorpshuizen krijgt Paul leiding over Het Ontmoetingscentrum in Beek en Donk, Het Dorpshuis in Lieshout en het Buurthuis in Mariahout
Bij zijn huidige vrijwilligerswerk heeft Paul ook al de focus op sociale impact. Zo heeft hij bij de kermis in Aarle-Rixtel samen met anderen de Zilveren Kermis geïntroduceerd. Een middag waarop ouderen van dagbestedingen en verzorgingshuizen met een oliebol in de hand en herkenbare muziek een leuke middag hebben.
“Dat geeft mij energie. Zorgen dat mensen elkaar op een laagdrempelige manier ontmoeten. Daaruit kunnen dan weer nieuwe initiatieven ontstaan. Zo hoop ik ook dat het bij de Dorpshuizen gaat. De Dorpshuizen zijn van de gemeenschap. Wij faciliteren. Wij willen zorgen dat mensen met elkaar in contact komen, dat er nieuwe ideeën ontstaan.”
Paul denkt dat het een voordeel is dat hij via de verschillende verenigingen/comités waar hij in zit veelvuldig met de dorpshuizen heeft samengewerkt. “Ik heb dus ook aan de kant van de bezoeker gestaan. Ik weet hoe verenigingen tegen dingen aan kijken. Ook heb ik een horeca-achtergrond. En het is denk ik ook een voordeel dat ik uit het bedrijfsleven kom. Onder aan de streep moeten er wel verdiensten komen. Ik wil mensen de vrijheid en ruimte geven om met nieuwe initiatieven te komen, maar wel binnen duidelijke kaders.”
Voor de toekomst denkt Paul dat het van belang is om een slag te maken met de horeca in de Dorpshuizen. “En het is belangrijk om nieuwe generaties binnen te halen. Dat is belangrijk voor de toekomst van de Dorpshuizen. Dat de jongere generaties ook de weg naar de Dorpshuizen weten te vinden.”
Maar eerst gaat hij vanaf 4 mei zijn ogen goed de kost geven. “De komende maanden ga ik eerst ontdekken wat er allemaal al gebeurt. Ik denk heel veel. Veel verenigingen maken al gebruik van de Dorpshuizen en er liggen al veel samenwerkingsverbanden.”
