Afbeelding
Marie-Christine van Lieshout

Vrijwilligers in het zonnetje: Repaircafé Lieshout

Elke derde woensdag van de maand, behalve in juli en augustus, blazen vrijwilligers van het Repaircafé Lieshout kapotte spullen weer nieuw leven in. Van half twee tot vier uur kun je zonder afspraak binnenlopen in het Dorpshuis, waar diverse vrijwilligers klaar staan om spullen te repareren en mensen te leren hoe je dat zelf kunt doen. Weglopen en later terugkomen is er niet bij. Met verduurzaming en gezelligheid hoog in het vaandel is de geïmproviseerde werkplaats al 13 jaar een mooi initiatief van de Dorpsraad.

Eigenlijk hebben de vrijwilligers van het Repaircafé geen tijd om op de foto te gaan. Tafels staan vol met kapotte spullen waar naar gekeken moet worden en de eerste mensen met producten met problemen melden zich al. Tijdens een kopje koffie of thee dat voor een kleine bijdrage gedronken kan worden kijken ze mee met de vrijwilligers. De radio speelt kort een vrolijk deuntje, maar na een grote vonk is er stilte in het Repaircafé. Dat er een stop uitspringt is blijkbaar niet de eerste keer, want binnen de kortste keren wordt er weer lekker verder gewerkt.

“Dertien jaar geleden zag Dorpsraad-voorzitter Cees Decker wel wat in een Repaircafé”, vertelt Ben Swinkels. “Het landelijk initiatief startte na Lieshout ook cafés in Beek en Donk en Aarle-Rixtel. Verduurzaming is een eerste doelstelling.” Ben is blij dat de Europese commissie een nieuwe wet op duurzaamheid heeft aangenomen. Fabrikanten moeten ervoor zorgen dat een product te repareren is. Hopelijk zijn apparaten daardoor binnenkort weer open te schroeven. Ben merkt op dat in sommige apparaten expres een zwak stukje zit waardoor consumenten een product weggooien. Geen goed nieuws voor de afvalberg. Het Repaircafé heeft ook een tweede doel. De consument die met een kapot product komt moet actief meekijken, zodat hij de volgende keer misschien zelf een product weer in orde kan krijgen. Dat is zeker geen straf, want de derde doelstelling, dat het gezellig moet zijn in het Repaircafé, wordt ruim behaald.

De vrijwilligers zijn voornamelijk mannen met ieder een eigen discipline. De enige vrouw is Annemarie van der Schouw die kleding kan herstellen. Vrijwilliger van het eerste uur Ad Verbakel schuift aan. Hij repareert alles wat met hout te maken heeft, zoals kleine meubels. “Als ik iets niet klaar krijg hier”, zegt Ad, “neem ik het gewoon mee naar huis.” Giel Reijnders herstelt naast het coördineren ook fietsen. Hij heeft het stokje van overleden Harry van de Berg overgenomen, die nog steeds gemist wordt. “Eigenlijk is er veel wat gerepareerd kan worden”, vertelt Giel. “Fietsen, kleding, elektra, kleine huishoudelijke apparaten, printers, digitale radio’s, van kinderwagens tot rollators. Zomaar een greep uit de producten die voorbij komen.”

Vrijwilligers vinden het fijn om anderen te helpen. Soms gebeurt er iets bijzonders. Zoals een blinde man die met zijn vrouw al diverse plekken was afgegaan omdat de enige radio die hij kon bedienen kapot was. “Ergens in het apparaat was een schakelaar afgebroken”, weet Ben. “Met een wattenstaafje kon het apparaat weer aan en uit en was een groot probleem verholpen.” Of een bandrecorder die door een mevrouw naar het Café gebracht werd. Toen na reparatie de stem van haar overleden man te horen was, maakte dat wel emoties los. Producten een tweede leven geven brengt veel goeds.