Afbeelding

Waar liggen de echte keuzes voor Laarbeek?

Het bestuursakkoord “Samen verder 2026-2030” staat vol met intenties maar geeft geen richting aan hoe plannen werkelijkheid worden. Als CDA Laarbeek delen wij de ambities voor sterke dorpen, goede zorg en veilige buurten. Maar wie het akkoord leest, ziet vooral veel vage zinnen zoals "we gaan onderzoeken" en "we zetten in op”. Achter vrijwel iedere paragraaf dringt zich dezelfde vraag op: hoe dan?

Het college erkent dat de wereld verandert, maar kiest er tegelijkertijd voor om vooral voort te bouwen op bestaand beleid.  Waar ligt de echte bestuurlijke ambitie voor onze toekomst? Die richting missen wij op cruciale onderdelen.

Neem de zorg. Welke zorg kunnen onze inwoners straks nog daadwerkelijk verwachten in hun eigen dorp?  Waarom blijft het stil over de houdbaarheid van de WMO en krijgen onmisbare dorpsondersteuners geen hoofdrol? Ook bij de bereikbaarheid ontbreekt elk concreet kader rondom een toekomstige oost-westverbinding (de Ruit?) Voor onze jongeren zien wij gelukkig aandacht voor ontmoetingsplekken. Dat is goed. Maar wat wij vooral horen vanuit jeugdcentra en verenigingen, is dat vrijwilligers steeds vaker te maken krijgen met complexe problematiek als: eenzaamheid, mentale druk en sociale problemen. Vrijwilligers kunnen en mogen dat niet alleen dragen; komt er ook extra jongerenwerk? Tot slot vragen we financiële eerlijkheid: over de financiële huishouding staat in het bestuursakkoord geschreven: "ruimte om bij te sturen". Betekent dit dat een OZB-verhoging straks onvermijdelijk is?

Onze inwoners verdienen geen bestuursakkoord vol open eindes en goede bedoelingen. Zij hebben recht op een bestuur dat kleur bekent en laat zien hoe plannen werkelijkheid worden. Het CDA zal de komende periode een constructieve, maar scherpe oppositie voeren op de inhoud. Wij blijven kritisch waar nodig, meedenkend waar mogelijk omdat de inwoners van Laarbeek duidelijkheid verdienen.

CDA Laarbeek
Tanja van de Ven-Vogels & Albèr van der Aa
(Raadsleden gemeenteraad Laarbeek)

Albèr van der Aa. Foto: Joost Duppen