Negen tips voor een mooie natuurtuin van IVN Laarbeek

Maak meer van het groen rond je huis

De soortenrijkdom in ons land gaat hard achteruit. Daar kunnen we zelf iets aan doen. Alleen al in ons land zijn vijf miljoen tuinen, die samen zo’n 50.000 hectare beslaan. Als we zelf in onze tuin aan de slag gaan om er een natuurtuin van te maken, dan zouden we al heel veel kunnen doen om ons land voor vogels, vlinders en heel veel andere soorten aantrekkelijker te maken.

Daarbij is een tuin ook gewoon goed voor onze eigen gezondheid. Actief bezig zijn in je tuin geeft energie, het is een heerlijke plek om echt uit te rusten. Wetenschappelijk is bewezen dat leven in een groene omgeving je gelukkiger maakt.

Alle reden dus om van je eigen tuin een natuurtuin te maken. Maar hoe doen je dat? Onlangs gaf het IVN Laarbeek hierover een presentatie met tips. Centraal staan de vier v’s: voldoende voedsel voor de dieren, de veiligheid (hoekjes waar dieren kunnen schuilen), voortplanting (bomen waar vogels kunnen nestelen) en tenslotte variatie. Want hoe meer verschillende soorten groen je aanplant, hoe meer verschillende soorten dieren je aantrekt.

1. Zorg dat er altijd water is

Het mooist is natuurlijk als dat kan in de vorm van een vijver. De ideale vijver vangt de helft van de tijd zon, heeft verschillende diepten, een geleidelijk aflopende oever en is voor 30 procent bezet met oever- en vijverplanten. Doe er niet veel, of liever nog geen, vissen in. Want die eten de eitjes van bijvoorbeeld amfibieën.

Is er geen plek voor een vijver? Plaats dan een natuurstenen ornament waar water doorheen loopt of, als ook dat niet realistisch is, een simpele drinkschaal.

2. Zorg voor een kleurrijk grasveld

Iedere tuin heeft wel een stuk gazon. Maar alleen gras is niet echt aantrekkelijk voor de fauna. Beter is het om er bloemen en kruiden in te planten. Dat zorgt ten eerste voor een beter bodemleven. Van bacteriën tot wormen, ze zorgen ervoor dat organisch materiaal wordt afgebroken en weer als voedsel voor planten kan dienen. Bovendien kunnen de bloemen en kruiden voedsel vormen voor vogels en insecten. Strooi organische mest, kunstmest is slecht voor de regenworm.

3. Zorg dat er altijd bloemen bloeien

Al valt het niet altijd mee, bloemen plant je bij voorkeur op een zonnige plek. Kies voor een grote variatie, zodat je altijd wel iets in bloei staat. Zo hebben insecten als bijen het grootste deel van het jaar iets te eten.

4. Kies voor een variatie aan struiken

Bloeiende struiken zijn in het voorjaar en de zomer een bron van voedsel voor insecten. Met hun bessen of noten trekken ze in het najaar en de winter juist weer vogels aan. Met vijf of zes verschillende struiken – denk aan meidoorn of Gelderse roos - kun je al een leuk vogelbosje maken. Struiken met doorns bieden vogels veiligheid.

Ook is het aan te raden bijvoorbeeld een vlinderstruik te planten. Die trekt niet alleen vlinders, maar ook insecten. Zo’n 70 procent van alle vogels eet insecten, alle jonge vogels worden ermee gevoed. Kies bij voorkeur voor inheemse planten. Daar is de Nederlandse fauna immers het best op aangepast.

Een boom in de tuin is mooi. Maar kijk vooral naar je omgeving. Als de buurman die al heeft, is het bij jou misschien niet nodig.

5. Gebruik natuurlijke afscheiding

In plaats van een schutting kun je beter een natuurlijke haag plaatsen. Die biedt voedsel, veiligheid en nestgelegenheid (denk aan de heggemus). Er zijn allerlei soorten hagen, een gemengde haag kan ook een mooi beeld geven.

6. Laat kale muren en schuttingen begroeien

Heb je toch een schutting, laat er dan een klimplant als de klimop tegen groeien. Ook kale muren kun je op die manier een natuurlijker uitstraling geven. Klimop zorgt bovendien voor isolatie. De plant bloeit in de herfst, een tijd waarin er niet zoveel andere planten in bloei staan. Vogels kunnen de hele winter van de bessen eten.

7. Gebruik weinig bestrating

Een ideale natuurtuin heeft niet meer dan dertig procent bestrating. Tegels of klinkers belemmeren het doorlopen van water. Daarom is het beter om minder dichte of zelfs natuurlijke bestrating te gebruiken. Denk aan grind of houtsnippers.

8. Verdere verrijkingen

Er zijn nog meer manieren om je natuurtuin aantrekkelijk te maken, zoals een insectenmuur. of een bijenhotel. Ook een takkenril en een composthoop dragen bij aan meer fauna. Daarnaast kun je denken aan een voedertafel voor vogels en nestkastjes. Hang die laatste niet te dicht bij elkaar, ook vogels hebben hun territorium. Hang ze zoveel mogelijk in de schaduw.

9. Pas op met kunstlicht

Zet je tuin niet te veel en te lang in het licht. Kunstlicht verstoort het bioritme van het leven in je tuin. Nachtvlinders kunnen er oververmoeid van raken.