
De Heggenmus (prunella modularis); Een complex liefdesleven
· leestijd 1 minuut Dier & NatuurHet heggenmusje valt nauwelijks op als het in je tuin tussen lage struikjes zijn kostje bij elkaar scharrelt. Een bruin lijfje en een grijsblauw kopje. Nog niet zo groot als een huismus. Het meest uitdagende zijn nog de oranje-gele pootjes. De heggenmus is trouwens helemaal geen familie van de mus. Dat zie je goed aan de snavels. De huismus is een alleseter en heeft een stompe snavel. De heggenmus is een echte insecteneter en heeft een scherp snaveltje. Hij is tevreden met de kleine insecten die hij op de grond vindt. In de winter eet hij ook zaadjes. Op de grond gaat hij stoïcijns zijn gang, zich niets aantrekkend van de ruziënde groenlingen, de chagrijnige merels, of de drukke mezen.
Als je in deze tijd van het jaar buiten bent, hoor je vaak wel ergens het luide gezang van de heggenmus. De lente nadert. Prunella moet zo langzamerhand voor nakomelingen gaan zorgen. Hij laat eerst eens even aan de omgeving weten waar hij woont. Het hoeft maar een beetje zonnig te zijn of man heggenmus zit op de punt van het dak zijn hoogste lied te zingen. Bastaardnachtegaal noemen ze hem wel. Zo mooi zingt hij de buurt bij elkaar. Wanneer de lente iets verder gevorderd is, begint het liefdesleven van de heggenmus.
Zo saai als zijn uiterlijk is, zo complex en opwindend is dat liefdesleven. Mevrouw is nymfomane, ze lust er wel pap van. Meneer is een stikjaloers type. Een ongemakkelijke, spannende combinatie. Het is vragen om moeilijkheden. Daarom is het paringsritueel heel bijzonder. Terwijl mevrouw haar achterwerk omhooghoudt, danst meneer er in een halve cirkel omheen. Maar voor hij haar bevrucht wil hij wel zeker weten dat het zijn eigen jonkies zijn waarvoor hij straks de hele dag met insectjes heen en weer vliegt. Dus pikt hij het zaad van de vorige minnaar van mevrouw eerst uit de cloaca. Ziezo, nu mijn zaad erin, denkt hij tevreden. Helaas, vóór het nestelen begint, heeft mevrouw al lang weer met een ander een pleziertje gehad. Ook meneer zelf houdt het lang niet altijd bij één partner. Overspel troef dus bij de heggenmus.
In april begint het werken aan het nest. In een struik of heg. Meestal zijn er ieder jaar twee legsels. De eitjes zijn blauw. Vandaar de bijnaam blauwpieper. Papa en mama zorgen beide voor de jongen. Al is papa er dus nooit zeker van dat het zijn eigen kroost is.
De heggenmus paste zich bijzonder goed aan aan de verstedelijking. Het fenomeen tuin met heggen en struiken is ideaal voor hem. Het ging dan ook lange tijd heel goed met hem. Maar de tuinen veranderen in razend tempo. Stenen, stenen en nog eens stenen bepalen de groene ruimte rond de huizen. Geen goed vooruitzicht voor onze prunella modularis. Laten we maar hopen dat ook de mens gauw uitgekeken is op al dat steen, kiezel en kunstgras.
Geniet u ook zo van de natuur om ons heen? Loop dan eens mee met een publiekswandeling van IVN Laarbeek. Houd de evenementenpagina van DeMooiLaarbeekKrant in de gaten!










