
Bekend Beek- en Donks automaterialenbedrijf na 46 jaar gestopt
· leestijd 5 minuten Human InterestBeek en Donk - In onze jonge jaren, uw redacteur is inmiddels 72 jaar oud, reden we op een meestal tweedehandse fiets door, in mijn geval, Beek en Donk. Als er iets met de fiets aan de hand was, wisten de meeste vaders wel hoe ze een band moesten plakken of een ketting weer opnieuw op de tandwielen moesten leggen. Heel veel meer kon er overigens aan de fiets meestal niet kapot. Voor wat complexere problemen had je altijd wel een technisch persoon in de buurt, óf de plaatselijke smid die immers overal verstand van had.
Zelf deed je weinig aan die fiets, want je miste vaak de fysieke kracht of, een eindje in de puberjaren, de motivatie. Dit alles veranderde toen de leeftijd van 16 jaar naderbij kwam, want dan mocht je brommer rijden. Het laatste jaar was het moeilijkste, want al je vrienden schaften zo’n apparaat aan en jij moest nog wachten. Vader had in ons geval geen enkel verstand van brommers, dus om de kosten binnen de perken te houden zocht je naar een goedkope manier om het ding te onderhouden en zo nodig te repareren.
Brommen
Mensen in de buurt van Beek en Donk togen dan naar ‘Tontje’. Dat was niet het plaatselijk zalencomplex met aanpalend café van Tontje Heijnsbergen, maar behelsde de fiets- annex bromfietshandel van Toon van de Akker in Boerdonk. Toon stond niet bekend als een goedkope zaak, maar hij had als knecht Piet van den Berg, onlangs overleden, die iedereen hielp om de storingen aan de brommer zelf te verhelpen. In een kleine schuur zaten mensen te sleutelen aan hun brommer, waarbij Piet rondliep als een soort simultaanschaker om te vertellen wat de volgende stap in het reparatieschema moest zijn. Hij zei dan ook welke onderdelen je bij de balie, waarachter Tontje stond opgesteld, moest gaan kopen. Deze werkwijze kende alleen maar voordelen: als brommereigenaar leerde je sleutelen, Toon verkocht onderdelen en Piet kreeg geen vuile handen!
De eerste auto
Na het brommerstadium doorlopen te hebben klom je als jongeman hoger op de mobiliteitsladder door, nadat je je rijbewijs had gehaald, een auto aan te schaffen. Niet in Boerdonk, maar bij Van Boerdonk. Ook aan de auto kwamen stukken en dat moest gerepareerd worden. Vaak deden we dat ook zelf en nèt op tijd. Alsof hij erop gewacht had opende een automaterialenhandel de deuren in het oude ‘boerenbondpaleis’ van Piet Meulensteen. Piel Heijl uit Lieshout, boekhouder bij Van de Vrande, kon dit tijdelijk van zijn baas huren om een eigen, overigens door Van de Vrande sterk afgeraden, zaak te beginnen. “Jongen, je kunt hier in de zaak veel bereiken, ga toch niet voor jezelf beginnen!”, zo probeerde toenmalig wethouder Theo van de Vrande de jonge Piet van zijn ongelijk te overtuigen. “Ik wist eigenlijk niet goed wat ik wilde gaan doen”, legt Piet uit. “Transport had mijn voorkeur, maar vroeger moest je dan tonnage kopen, dat kostte per ton dat je wilde gaan vervoeren ongeveer 1000 gulden. Een paar kleine vrachtwagens of één grote kostte dan al 40 000 gulden en dan moest je de wagen nog kopen...” Dat viel dus af voor Piet. Om een lang verhaal kort te maken ging Piet ‘in de automaterialen’.
Eigen bedrijf
De zaak van Piet begon langzaam te groeien. Samen met zijn vrouw Elly runde hij het bedrijf. Hij verkocht onderdelen, die vaak vervangen moesten worden, zoals bougies, remblokken, en vloeistoffen als olie en ruitenreiniger en dat voor alle merken van de meest voorkomende auto’s. Piet wist ook vaak van tevoren over welke auto het ging. Zo wilde hij iemand die vroeg voor een onderdeel van een Volvo toch datzelfde onderdeel voor een Opel meegeven, omdat hij wist welk merk auto de klant had. “Wij, want ik werkte in de beginjaren alleen samen met Elly, vonden klantenbinding heel belangrijk en behandelde onze klanten zoals we zelf graag behandeld wilden worden”, legt Piet uit. Vaak waren wij als thuismonteurs dus aangewezen op Piet als verkoper van onderdelen. Als het onderdeel niet op de Monseigneur Verhagenstraat aanwezig was, zorgde Piet ervoor dat het er binnen de kortste keren wél lag. “Ik had een magazijn, dat voor de helft vol lag met lege dozen”, lacht Piet. “Het onderdeel lag naast de lege doos, zodat het leek alsof ik nog meer op voorraad had. Ik moest alles zelf eerst betalen, voordat het verkocht werd, vandaar.”
Nieuwe ontwikkelingen
Voor ons trotse autobezitters was Piet een fijne zaak waar je altijd terecht kon, maar de ambities van Piet gingen verder. Hij wilde de grotere garages gaan bedienen en met veel grotere aantallen gaan werken. Dit wist hij te bereiken door een busje, en later een hele rij busjes, aan te schaffen die de onderdelen naar de garage brachten als ze besteld waren. Later had hij de beschikking over een vroege versie van intranet, waarvoor er bij de grotere klanten een computer werd geplaatst om de bestellingen vlugger te kunnen leveren. Al heel snel werd het oude gebouw van de boerenbond te klein en het stond op de nominatie om te worden afgebroken. Er kwam een buitenkans voor Piet om een deel van de leegstaande Apparatenfabriek (AWB) aan de Pater de Leeuwstraat te kopen. Het andere deel werd gekocht door Jos en Marinus Verschuren, die er onder andere zijn taxibedrijf in vestigde en banden en uitlaten ging verkopen. Dit bedrijf heette RATAX, afgeleid van RAadhuispleinTAXi, want Marinus woonde voorheen aan het Raadhuisplein en daar was ook het bedrijf gevestigd.
Regiofunctie
De zaken gingen goed en Piet zocht verder in de regio of er een dorp was dat geschikt was voor een tweede vestiging van zijn bedrijf. Allereerst keek hij naar Nuenen, maar dat dorp viel af. Er was immers destijds maar één echte garage en de meeste mensen werkten én lieten de reparaties van hun auto’s doen in het nabije Eindhoven. Veel omliggende dorpen vielen af, tot hij op Schijndel stuitte. Dat was een dorp dat op zichzelf stond. Er was een grote fabriek van Jansen De Wit, waar bijna iedereen werkte. Een modaal dorp noemt Piet dat, met voldoende autogarages om een fatsoenlijke omzet te hebben. Hier lag de nadruk minder op verkoop aan particulieren, maar meer op directe en snelle levering van materialen aan de garages. Piet was destijds de eerste zaak die de materialen en auto-onderdelen leverde, meestal gingen in die tijd de garagehouders zelf naar de groothandel toe. Deze manier van werken viel in de smaak en in 1987 werd een zaak geopend in Schijndel. Daarna volgde ook Den Bosch, met veel garages en dus potentiële klanten die erg blij waren met een onderdelenservice aan huis. De volgende stap was Uden, een groot dorp met veel autobedrijven. Tussen Den Bosch en Uden kwam het dorp Oss kwam in beeld voor vestiging. Veel van de inwoners werkten daar bij Organon en lieten dus alles in het dorp zelf repareren. In 2007 is Piets zoon, Fedor, in zijn voetsporen gestapt en werd hij directeur van het geheel. Fedor leidde het bedrijf tot 2014 met vader als helpende hand.
De naam Heijl verdwijnt
Op dat moment kwam een Amerikaanse firma met een aanbod tot overname. Zij waren gecharmeerd van één bedrijf met diverse vestigingen in Brabant, zodat ze een hele regio vanuit één plaats konden aansturen. LKQ-Fource was de nieuwe naam, maar... de zaak bestond nog. In het dorp werd nog altijd gezegd dat je voor een auto-onderdeel bij Pietje moest zijn. In Beek en Donk ging wel het rumoer dat ‘Pietje flink duurder was geworden’. In het totaal hebben er 55 vaste medewerkers in het bedrijf gewerkt. Daarvan zijn er in de bestaande bedrijven nu nog 35 over. Dat Piet een gezond bedrijf had bleek uit het weinige verloop in personeel. De eersten, Theo en Gert, die in 1983 werden aangenomen hebben er tot de laatste dag gewerkt. In 2024 Heeft de nieuwe eigenaar besloten dat de vestiging in Beek en Donk het beste verplaatst kon worden naar Helmond. Alle andere vestigingen in Schijndel, Den Bosch, Uden en Oss bestaan nog steeds en op dezelfde plaats. Directeur Fedor, zoon van Piet, ging wonen in de oude villa van Piet van Thiel en gooide het over een andere boeg. Zijn bedrijf Fvice is een bedrijfskundig adviesbureau. Toen de vestiging in Beek en Donk werd gesloten was er al snel belangstelling van een ander autobedrijf.
Wereldreiziger
Van Lieshout, via Beek en Donk en Noordoost-Brabant naar Amerika en inmiddels naar China! Het kan snel gaan met een bedrijfje dat ontstond uit het nog jonge brein van een boekhoudertje, die eigenlijk niet wist wat hij wilde!















