Afbeelding

Langharige jongeren met baarden startten 45 jaar geleden OJA

· leestijd 2 minuten Human Interest

AARLE-RIXEL - In de roerige jaren ’70 schoten jongerencentra als paddenstoelen uit de grond. Uit plannen op een slaapkamer ontstond een Aarlese variant. 21 mei 1978 werd bij ’t Heuveltje op het Heuvelplein de feestelijke opening van Open Jongerencentrum Aarle-Rixtel (OJA) gevierd. 45 jaar later genieten jong en oud tijdens het 45-jarig bestaan van een festival met voor elk wat wils.

Door Marie-Christine van Lieshout

Vriendengroepen die samen OJA oprichtten en levend houden zijn de spil van OJA. Zo was het 45 jaar geleden, zo is het nu en zo gaat het hopelijk nog jaren door. Het huidige bestuur werd door het vorige bestuur gestrikt tijdens het tafelvoetballen. “We raakten met het vorige bestuur aan de praat”, vertelt voorzitter Koen de Brouwer. “Ze namen ons mee naar OJA en we werden verliefd op de goede vibe die hier hangt. Langzaamaan kregen we taken en namen uiteindelijk het bestuur over. Het fijne is dat je bij OJA jezelf kan zijn. Iedereen is hier welkom. Misschien zijn we daarom wel met meer dan 300 leden een van de grootste verenigingen van Aarle-Rixtel. We noemen ons trots een clubje paradijsvogels met een harde kern van 33 personen.” Het festival om het jubileum te vieren straalt die vrije sfeer wel uit. Aan jong en oud is gedacht en zo staat op de speelplaats van OBS de Driehoek een springkussen en opent het festival op zaterdag met Boel Nölle. Vrijdagavond was het punk en na Boel Nölle en Harmonie De Goede Hoop zal wel wat steviger werk te beluisteren zijn. Hier en daar worden al mensen met gehoorbescherming gespot.

Rob van Eekeren mag als eerste voorzitter het openingswoord verrichten. De saamhorigheid die hij roemt is in zijn publiek te zien. Voor zijn neus vindt een soort reünie plaats waar mensen elkaar enthousiast begroeten en omhelzen. Smeuïg vertelt Rob over de eerste stappen die gezet werden halverwege de jaren ’70. Op slaapkamers werden plannen gesmeed en die plannen gingen toentertijd als een lopend vuurtje door de kern. Waarom wilden Aarlese jongeren een eigen plek? Ergens in het dorp moest een plek komen waar jongeren hun eigen muziek konden luisteren en bijvoorbeeld konden discussiëren over kernwapens, kruisraketten en vrouwenrechten. Het waren roerige tijden waarin de oudere generatie argwanend keek naar die opstandige jongeren met lange haren en baarden. Een eigen honk waar jongerencultuur beleefd kon worden zou geweldig zijn. Notaris Verhoeven begreep de jongeren en hij begeleidde de jeugd vrijwillig in alle stappen die ze moesten zetten om een vereniging op te zetten. “Verhoeven hielp ons gratis”, vertelt Rob. “De Kamer van Koophandel moest natuurlijk wel betaald worden.” Het plan om stap voor stap het jongerencentrum op te zetten slaagde en nadat formaliteiten geregeld waren moest het gedroomde ‘honk’ gevonden worden.

De blokhut van de scouting was ideaal, maar was van het kerkbestuur. De eerste tactische zet was om een charmant bestuurslid naar pastoor Tilman te sturen, waardoor die al vrij snel zijn zegen gaf. Het kerkbestuur ging wat moeilijker overstag -het waren roerige tijden- maar nadat de jongeren met onder andere een dropping meer draagvlak gecreëerd hadden was ook het kerkbestuur overtuigd. Rob verwijst naar alle spandoeken die tijdens het jubileumfestival opgehangen zijn. Op archieffoto’s zie je diverse activiteiten die in 45 jaar hebben plaatsgevonden. Tijdens de opening op 21 mei 1978 stond het Heuvelplein vol met marktkramen, waar mensen naast koopwaar ook informatie konden krijgen van diverse maatschappelijke instanties zoals bijvoorbeeld Amnesty International. De Zwarte Fanfare kwam muziek maken en jongeren liepen er met sandwichborden met diepzinnige teksten achteraan.

Maatschappelijke betrokkenheid, samen delen en beleven, is na 45 jaar nog steeds een van de pijlers van OJA en daarnaast is cultuurbeleving een van de fundamenten. Cultuur is een uiting van de identiteit. “We organiseren heel diverse evenementen. Van Koningsdag tot line dance, van metal tot disco, van Lowman tot een speciaalbier-avond”, vult Koen de Brouwer even later aan. “Met een gemêleerd programma spreken we een breed publiek aan.” Terwijl Boel Nölle inmiddels vrolijke noten zingt, lopen kinderen uitgelaten tussen volwassenen door. Met een biertje in de hand wordt genoten van 45 jaar OJA waar vriendschappen het centrum levendig houden.