
Lieshoutse zussen beoefenen topsport: ‘Het zijn echte waterratten’
· leestijd 2 minuten Human InterestLIESHOUT - De één ligt urenlang in het zwembad, de ander raast met 55 kilometer per uur over het water. De Lieshoutse zussen Kim en Maud Rinsma beoefenen allebei een bijzondere sport op hoog niveau. Kim (18) is actief als waterpolokeepster en maakt deel uit van Jong Oranje. Maud (16) doet aan waterskiën en behoort in haar leeftijdscategorie ook tot de Nederlandse top.
Dat beide zussen in de watersport terechtkwamen, is niet zo vreemd. Moeder Yvonne beoefende jarenlang waterpolo en nam haar dochters als jonge kinderen al mee. Ze begonnen allebei met waterpolo, maar waar Kim de sport bleef doen, kwam Maud uiteindelijk bij het waterskiën terecht. “Binnen tien maanden hadden ze ook al hun A-, B- en C-diploma, dus het zijn wel echte waterratten”, vertelt Yvonne.
Kim begon haar waterpolocarrière als veldspeelster bij Z&PV Nuenen, waarna ze een overstap maakte naar het Eindhovense PSV Zwemsporten en uiteindelijk eredivisie ging spelen bij VZV Njord in Veldhoven. Bij VZV Njord maakte ze de overstap naar keeper, waarna ze vorig seizoen weer terugkeerde bij PSV. “Als keeper ben je betrokken bij de aanval én de verdediging. De aanval start bij jou en de verdediging eindigt veelal bij jou, dat maakt het zo leuk. Dat ik daarmee nu zo ver ben gekomen, maakt het extra bijzonder”, vertelt ze. Want de prestaties liegen er niet om. Met haar club werd ze tweede van Nederland en afgelopen zomer mocht ze met de Nederlandse jeugdselectie deelnemen aan het WK onder 18 op Tenerife. Daarnaast zit ze ook op de Waterpolo Academie. Dit alles is het hoogst haalbare voor de jeugd, waarna de stap naar het Nederlands team eventueel gemaakt kan worden. “We zien de Nederlandse spelers vaak met trainingen en hebben met Jong Oranje een keer een oefenwedstrijd tegen ze gespeeld. Je wordt dan helemaal afgemaakt, maar dat maakt het juist een mooie ervaring.”
![]()
Kim in actie bij het waterpolo. Foto: Rody Dubbelman
Het programma vraagt veel van Kim. Ze traint ongeveer twaalf keer per week, anderhalf tot twee uur per training. Dankzij haar NOC*NSF-status ‘internationaal talent’ krijgt ze ondersteuning om topsport en school te combineren. Daarnaast geeft ze training aan de MO16 van Njord/PSV. Het WK in Tenerife was voor Kim al een kroon op het werk, maar haar ambities reiken verder. “Meer wedstrijden voor Nederland uitkomen en meer grote internationale toernooien spelen.” Ook spelen in het buitenland is een droom. “Spanje, Griekenland en Hongarije zijn mooie waterpololanden. Daar willen veel Nederlandse top waterpoloërs graag spelen.”
Voor Maud begon het avontuur anders. Ze deed eerst ook aan waterpolo, maar maakte na onder meer voetbal en tennis kennis met waterskiën. “Dat was zó leuk dat ik daarmee door ben gegaan”, vertelt Maud. Wedstrijdwaterskiën achter de boot bestaat uit slalom, figuren en springen. Maud doet ze alle drie, maar slalom is haar favoriet. Daarbij wordt met hoge snelheid om zes boeien heen geskied. De snelheid kan oplopen tot 55 kilometer per uur, waarna het touw steeds korter wordt gemaakt. “Het gaat snel en het is krachtig en explosief. Dat maakt het zo leuk. Maar met zo’n snelheden wordt water net zo hard als steen, dus het is goed uitkijken.”
![]()
Maud tijdens het waterskiën. Foto: Jacky Jongenelen
Maud werd twee jaar geleden Nederlands kampioen in de categorie meisjes onder 14. Inmiddels komt ze uit in de categorie onder 17. Komend weekend is het NK op de Rooye Plas in Handel, waar ze ook lid is van het jeugdteam en traint. Dit doet ze zo’n vijf tot zeven keer per week, soms met dubbele sessies, onder leiding van Freek School, meervoudig Nederlands kampioen waterskiën die aan veel EK’s en WK’s deelneemt. Daarnaast oefent ze zelfstandig of met een trainingsmaatje. Vader Johan heeft namelijk zijn vaarbewijs gehaald, zodat hij ook met de verenigingsboot mag varen. De grote droom van Maud? “Ik hoop voor Nederland uit te mogen komen en op EK’s en WK’s mee te mogen skiën.”
Hoewel Kim en Maud ieder hun eigen sport hebben, volgen ze elkaars prestaties op de voet. Als het kan, proberen ze bij elkaars wedstrijden aanwezig te zijn. Ook hun ouders spelen een belangrijke rol. “Wij kunnen faciliteren en helpen, maar zij moeten zelf de motor zijn. Zij moeten zelf de motivatie hebben om er zoveel tijd in te steken en er soms iets voor moeten laten”, vertellen ze. Die instelling lijkt de zussen goed te passen. Beiden hebben hun eigen weg gevonden en zijn vastberaden om daarin steeds een stap verder te zetten.










