Afbeelding

Vrrrrroemmmm

Nieuws Column

“In z’n twee, in z’n twee!”, was het eerste dat mijn vader riep toen hij voor het eerst naast me zat na een ellelang traject rijlessen. Een natuurtalent was ik niet, al had mijn intimiderende rijschoolhouder zeker geen talent voor lesgeven. Na een ‘staatsexamen’, dat tegenwoordig waarschijnlijk ‘faalangstexamen’ heet, stond ik huilend met het felbegeerde papiertje in mijn handen, blij dat ik van rijlessen af was en niet meer met angst op die kerel hoefde te wachten. Dat mijn vader de eerste keer met zweet op zijn voorhoofd meereed was begrijpelijk. Verhalen dat ik tijdens rijles een fietstunnel inreed of na de zoveelste vervelende opmerking van mijn rij-instructeur in pure stress zijn auto achteruit tegen een paaltje reed kende hij. Dat mijn knikkende knieën en angst eigenlijk niet door het autorijden kwamen wist hij waarschijnlijk niet.

Mijn liefde voor autorijden is in die periode de kop ingedrukt, maar rijden deed ik wel. Ik tufte zelfs naar Tilburg om toneel te spelen en deponeerde keurig 10 Guldencent vergoeding per kilometer in een potje. Qua benzinekosten waren dat nog eens tijden. Ik werd in die jaren soms taxi voor stappende familieleden. Voor ’t Höfke in Handel kwamen uit alle hoeken en gaten jongeren mijn ouder’s auto induiken, om daarna met de bodemplaat bijna schurend over de verkeersdrempel veilig terug naar Mariahout te rijden.

Manlief vindt autorijden leuk, maar toen hij een periode vanwege oogproblemen niet mocht rijden was ik de pineut. Achteraf was dit een zegen, want dankzij zijn geduld en bemoediging leerde ik die periode veel bij en groeide mijn vertrouwen. Ik durf nu zelfs in het centrum van Rotterdam te rijden.

Oudste heeft al tijden zijn rijbewijs en toen ik hem na het behalen van het papiertje in mijn auto liet rijden heb ik geen vervelende opmerkingen gemaakt. Inmiddels is jongste ook druk aan het lessen en mag ze binnenkort op examen. Waar ik mijn instructeur regelmatig kon wurgen, heeft zij er een om door een ringetje te halen. “Ik ga haar oprecht missen”, zegt jongste, terwijl ze haar vader’s en mijn rijgedrag vanaf de passagiersstoel kritisch becommentarieert. Stiekem verheug ik me op haar eerste autorit in mijn auto. Gewoon om haar te stangen kan ik dan in de eerste bocht zeggen; “In z’n twee!”