
‘Deze mensen kunnen accepteren dat het tegenzit en positief verder gaan’
· leestijd 4 minuten Human InterestLaarbeek - Ja, ze vinden het heel dankbaar werk. “De mensen hier in de opvang hebben de behoefte onze taal te leren en vinden het fijn contact met anderen te hebben”, zegt Diny van Loon. “Het is fijn om mensen iets te kunnen bijbrengen, en je daarbij zelf nuttig te mogen voelen”, voegt Patty Graetz toe. De twee zijn taalvrijwilligers bij de tijdelijke gemeentelijke opvang aan de Pater Becanusstraat. Sinds april verblijven daar 90 vluchtelingen uit zo’n vijftien landen. Een groot deel bestaat uit gezinnen.
Diny is al vanaf het begin bij deze taallessen in Beek en Donk betrokken. Ze werd gevraagd omdat ze al veel langer met vluchtelingen werkt. Zo’n tien jaar geleden gaf ze voor het eerst individueel taalles aan een Syrische nieuwkomer en al die tijd is ze mensen individueel blijven begeleiden. Hier in de opvang ging ze werken met een groep. “In het begin had ik vijftien leerlingen, met heel verschillende achtergronden en heel verschillende taalniveaus”, herinnert ze zich. Tenslotte zijn er onder de bewoners vluchtelingen die hoog zijn opgeleid, en ook mensen die in hun eigen taal nauwelijks kunnen schrijven. Inmiddels zijn er meer dan 15 taalvrijwilligers, en is er dagelijks een groep op beginnersniveau, en op vier dagen per week ook verschillende andere niveaugroepen.
Net als Diny heeft ook Patty een achtergrond in het onderwijs. In de tijd dat de opvang van start ging, had zij andere dingen aan haar hoofd. “Ik zat nog tussen de verhuisdozen, vanuit Eindhoven was ik net naar Beek en Donk gekomen”, vertelt ze. Maar ze wilde zich nuttig maken, en haar taalkundige ervaring inzetten. Sinds juni geeft ze hier 1-op-1 taalles. Dat ze in die tijd vrienden gemaakt hebben, blijkt wel tijdens het gesprek in de centrale ruimte van de opvang. Telkens als er een bewoner voorbij komt, wordt op zijn minst met een wederzijdse blik van herkenning gegroet; soms ontstaat een kort praatje. In basaal Nederlands, dat nog wel.
De sfeer is gemoedelijk. In een hoek van de centrale ruimte staat een kerstboom en ook verder zijn er nog wat kerstversieringen. Kerstmis, dat is bij veel van de bewoners wel bekend. Aan een andere muur hangen nog wat tekenen van een echt Nederlandse traditie: Sinterklaas. De kinderen zitten allemaal op scholen in Beek en Donk, en zouden daar met Sinterklaas te maken krijgen. Daarom is in november een avond georganiseerd met uitleg. “Eén vrijwilliger vertelde erover, in het Nederlands. Twee bewoners (!) vertaalden het daarna in het Spaans en het Arabisch, zodat iedereen hier het kon begrijpen. Verschillenden van hen zijn naar de intocht in Beek en Donk gaan kijken en hadden een leuke dag. Niet alleen ouders en kinderen, ook wat oudere jongeren”, vertelt Diny. En ja, ook hier in de opvang is Sinterklaas gevierd.
Al doen de vrijwilligers hun best om het voor de bewoners leuk te maken, uiteindelijk is de reden waarom ze in Nederland zijn tragisch. “Ze praten er vaak niet graag over”, vertelt Patty: “Wij hoeven ook niet alle details te weten. Mensen laten echt niet zomaar alles, en vaak ook familie, achter.” Diny valt haar bij: “Als je een term als ‘gelukzoekers’ gebruikt, weet je echt niet waar je het over hebt.” De verhalen achter de bewoners mogen dan heel triest zijn, er wordt heel veel gelachen in het centrum. Ook tijdens de taallessen. “Als jouw moedertaal alleen één soort klinkers heeft, niet kort en niet lang, dan is het best moeilijk om in het Nederlands de lange en de korte klinkers verschillend te leren uitspreken. Nazeggen lukt niet, als je mond nooit heeft gevoeld hoe zo’n klank voelt.” Patty verzint daarom trucjes. “Bijvoorbeeld een lange -e oefenen we met gekke bekken trekken: we maken een gebaar met de handen alsof we de mondhoeken met een denkbeeldig elastiekje helemaal naar de oren trekken.” Diny vult aan: “Ja, of probeer maar is een onmogelijke combinatie als bijvoorbeeld ‘schr-‘ uit te spreken, zoals in ‘schrijven’. Dan lachen we samen heel wat af, de bewoners en wij.”
Vluchtelingenopvang leidt op veel plekken in ons land - en daarbuiten - tot verhitte debatten. Asiel is een gevoelig thema en leidt vaak tot veel emoties. Opvallend is dat het in Laarbeek tot nu toe heel goed gaat. Er zijn geen incidenten. Integendeel: de bewoners worden gewaardeerd in het dorp. Voor een deel komt dat doordat ze goed meedoen. Ze proberen contact te leggen met de omgeving. “Zo is er de Wereldkeuken”, vertelt Diny. “Eens per maand worden mensen uit het dorp uitgenodigd om in de opvanglocatie te komen eten. Een maaltijd die typisch is voor het land van herkomst, en die steeds andere bewoners koken – én in het Nederlands toelichten.” Er zijn bijvoorbeeld buurtbewoners uit omliggende straten geweest, en ook politici en andere groepen. Andere voorbeelden van meedoen: veel bewoners werken, en er worden fietsen gerepareerd.
Op Burendag eind september hield de opvang Open Dag. Patty nam enkele buren mee naar de opvang. Ze waren positief onder de indruk. “Bij het avondeten had één van hen het er uitgebreid over met haar man, en ze vroegen zich af hoe zij misschien ook konden helpen. Haar man speelt bij Muziekvereniging Muzikale in Aarle-Rixtel, heeft het daar besproken, is naar de opvang gestapt en op 17 december hebben ze er een concert ‘Muzikale verbroedering’ gegeven”, vertelt Patty. “Dat zoiets spontaan wordt aangeboden, is toch prachtig! En ze hadden ook nog geregeld dat Jumbo Beek en Donk een aantal kerstbroden en roomboter heeft gedoneerd voor die avond.”
Tot voor kort zag het ernaar uit dat de opvang hier per 1 februari zou stoppen. Om allerlei redenen vonden ook vrijwilligers dat niet zo’n goed idee. Kinderen kunnen bijvoorbeeld hun schooljaar niet hier afmaken. Ze raken vriendjes die ze nu hebben kwijt, een gevoel van veiligheid. Diny voegt hieraan toe: “En als je wat anders bent, word je soms gepest, moet je echt je positie bevechten. Dat zou dan halverwege het schooljaar wéér moeten.” De twee zetten een handtekeningenactie op, die meer dan 170 steunbetuigingen opleverde. Mede naar aanleiding daarvan besloot de gemeenteraad de opvang tot 1 september open te houden. Langer dan oorspronkelijk de bedoeling was, niet zo lang als het college ook aan de gemeenteraad had voorgesteld, tot 2028.
En toch zijn Diny en Patty vooral blij met dit resultaat. Blij dat de kinderen het schooljaar hier kunnen afmaken. Als ze zelf iets van de bewoners zouden meenemen, wat zou dat dan zijn? “De dingen écht nemen zoals ze komen”, noemt Patty meteen. “Ze hebben al heel veel onzekere tijden meegemaakt, ze hebben geleerd te accepteren hoe het is en zijn bovendien vriendelijk, met positieve inzet voor iedereen om hen heen. Zelf heb ik sinds een aantal jaren een aandoening die flink wat beperkingen met zich meebrengt. Dat was niet makkelijk om te aanvaarden, en ik was best wel eens chagrijnig. Accepteren dat het tegenzit en gewoon én vriendelijk verder gaan, dat bewonder ik enorm in de bewoners.”










